Verhaal uit de oude doos

Door: Marc Plaat

Het moet 20 september 1975 geweest zijn dat wij, Henry Jonkers, Harrie “Honda” Habraken, Ad van Grinsven, Toon van Erp en Toon van de Berg en ik zei de gek, de koppen eens bij elkaar staken, om eens te praten over een motorclub. Wij, een aantal inwoners van het gezellige dorp Zijtaart, waren motor liefhebbers. We hadden toen nog geen statuten en dat soort dingen. En omdat we ook geen typemachine hadden, schreven we alles op in het schrift dat Henry op het jubileum treffen bij zich had. Het schijnt dat het Rijksmuseum al een bod heeft uitgebracht.

Ikzelf was nog geeneens achttien, maar ik mocht regelmatig bij Henry achterop om van het motorrijden te genieten. Henry had toen een BMW R75/5. Zo zijn we een keer in België wezen toeren, terwijl het bij het wegrijden al regende dat het zeikte. Ad van Grinsven was er ook bij met zijn Honda 750 die hij toen pas had. Ad had een vrij kort achterspatbord en als we dicht bij hem reden, zagen we het regenwater met een boog op zijn zadel spatten, volgens mij had hij toen we thuis waren geen droog vezeltje meer aan zijn lichaam. Iedereen kwam toen zeiknat thuis omdat bijna niemand een regenpak aanhad, dat was niet stoer natuurlijk, tegenwoordig heet dat cool.

Ons clubhuis of samenkomstpunt kun je eigenlijk beter zeggen, was in de eerste instantie cafe/cafetaria Versantvoort. Ben Versantvoort had toen een Rickman Honda, maar nog geen rijbewijs, en Piet van Bakel ging wel eens met hem rijden. In het oprichtingsschrift staan zes namen, maar wat later hadden we volgens mij een stuk of 15 leden. Ik heb nog op school de lidmaatschapskaarten gedrukt. Ben Versantvoort heeft later de MC Kamikaze opgericht. Ik reed wel eens mee, niet veel, want ik had het te druk met mijn eerste vriendinnetje. Sterker nog, in ben zelfs even lid geweest. Maar daar heb ik zelf een eind aan gemaakt door mijn Honda 750 super sport te ruilen met de Goldwing van de broer van Jan van Oort, Christ, omdat het mij te gek werd. En daarmee bedoel ik de rijstijl van een aantal leden. Victor Dirkse is later met zijn Kawasaki Z900 in 1984 dan ook verongelukt.

We reden in die tijd gruwelijk veel, ik reed zelf zomer en winter. Ik weet nog dat ik een keer op de Biezendijk reed, waar ik woonde, en dat mijn voorrem vastvroor onder het rijden. Ik rem dus en vervolgens ging mijn remhendel wel terug, maar de blokken bleven op de schijf zitten. Moet je eens meemaken wat een lullig gevoel dat is. Vervolgens kwam ik op een glad stukje en Bam daar lag ik. Maar het mooiste was dat ik klem onder mijn motor lag met mijn linker been eronder. Ik kon er niet zelfstandig onderuit komen, wat een erg lullig gevoel was. De linker cilinder lag in mijn kruis en de temperatuur daar werd van vrieskou opeens erg warm. Gelukkig kwam Ben Versantvoort er toevallig aan, hij was kranten aan het rondbrengen, om mij uit deze lullige situatie te bevrijden. Ik hoor het hem nog zeggen, “dit is toch geen weer om te rijden”. Later bij Piet van Bakel weer nieuwe richtingaanwijzers erop laten zetten, plus demper, Piet zei nog “tis net pipperkoek”.

Wat later is ons trefpunt cafetaria van de Biggelaar geworden. Van de Biggelaar stak er veel energie in om bij hem het trefpunt te krijgen, hij had o.a. T-shirts laten drukken met Straal Open erop. Hij had het slim gedaan, want waar je oog op viel, het midden van het shirt, daar stond ‘Het Koetshuis’. Toen we bij Versantvoort de band met het bekende Straal Open logo van de muur haalden, was de plek wit en eromheen was het geel, in de meeste cafe’s wordt namelijk veel gerookt. Om eventuele misverstanden te voorkomen, bij de familie Versantvoort zijn we altijd gastvrij ontvangen, laat daar geen enkel misverstand over bestaan. Voordat we gingen toeren kregen we koffie en als we terugkwamen gingen we aan de friet. Ik weet nog dat van de Biggelaar een prachtig toupetje had. Eigenaren van toupetjes hebben vaak een ding gemeen, ze vinden het allemaal geweldig zitten, terwijl iedereen eromheen dat niet vind. Tegenwoordig heet zoiets een haarstukje.

Een van de eerste treffens die we hadden was bij Henry thuis aan de Laarsweg. Het was allemaal geweldig. Later gingen we internationaal en kwamen er zelfs Duitsers op bezoek.
Naar Assen gingen we natuurlijk ook regelmatig. Het waren de jaren van Wil Hartog, Boet van Dulmen, Jack Middelburg, Giacomo ‘Ago’ Agostini met de jankende MV Augusta, en natuurlijk de 50cc gevechten tussen Jan de Vries en Angel Niëto.

Toeren heet nu Ride Out, maar vroeger ging dat een stuk ongeorganiseerder. Ik weet nog dat we op de terugweg waren van weer een keer Assen en dat Hans van Eerd voor ons reed. Ik zat achterop bij Piet van Bakel en de rest waren we al kwijt geraakt t0en Hans ineens motorpech kreeg. Volgens mij had Hans toen een Yamaha 500. Gelukkig had Piet had een slagschroevendraaier bij zich, en omdat de schroeven bij de ontsteking niet zo vast zaten, kon Hans na wat gepeuter met een zilverpapiertje weer zijn weg vervolgen. Ikzelf ben op mijn achttiende begonnen met een Honda XL 250, een Off de Roadje met zo’n geel/zwart tankje, daarna de 750 super sport en daarna de Goldwing dus. Ik heb ooit mijn Gold Wing ingeruild op een Kawasaki Z 650, maar ik heb hem een dag later vlug weer teruggebracht, en ik kreeg netjes mijn Goldwing weer mee. Zou dat in deze tijd ook nog lukken?

Volgens mij heb ik mijn Goldwing in 1984 verkocht. Dan komt natuurlijk het huisje boompje beestje verhaal en ga zo maar door. Dat is dus 22 jaar geleden. In 1989 heb ik een tijdje op een Kawasaki GPZ 750 rond getuft. Deze motor was van mijn buurman in Volkel waar we een aantal jaren gewoond hadden. Door een ziekte (Bechterev) was hij fysiek niet in staat om te rijden. Omdat de Kawa nieuw was, vroeg hij mij zijn motor in te rijden, wat ik natuurlijk graag deed voor hem. Je merkt dan dat je het rijden eigenlijk niet verleerd hebt, maar het is wel steeds drukker geworden. In de jaren erna heb ik af en toe nog wel een stukje gereden op een motor van een vriend of zo, maar niet veel. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en je gaat met de jaren toch naar een motor verlangen. Ik ging ook wel eens naar de Motorbeurs in Utrecht, om me aan al dat moois te vergapen.

In de zomer van 2004 kwam ik Henry en Marion weer tegen in Uden en zij vertelden mij dat Straal Open weer springlevend is. Dat het nu een echte club is waar veel mensen enorm veel plezier beleven aan het motorrijden. En dat er in 2006 een treffen georganiseerd zou worden. Dat heeft een jaar gemaald in mijn hoofd, en je denkt dan ook, wat zou het mooi zijn als… Het is eigenlijk mijn vrouw Diny geweest die ons heeft doen besluiten naar een motor op zoek te gaan. Uiteindelijk is het dus gelukt om een motor te vinden die ook bij mijn lengte past, zoals je weet ben ik twee meter, dus dat viel niet mee. Ik moet zeggen dat het een verdomd lekker gevoel was toen ik het terrein van het treffen op tufte. We vonden het een fantastisch weekend, het weerzien met oude maten natuurlijk ook. Ik hoop er samen met mijn vrouw nog lang van te genieten.

Terug naar geschiedenis